5.12.1 Bestaande waarden bodem en (grond)water

Bodemopbouw

De bodem van het gebied is opgebouwd uit rivierafzettingen. Deze bestaan uit stroomgordelafzettingen (zand en zavel) en komafzettingen (zware klei met soms veenlagen). De afwisseling van sedimenten geeft een zeer gevarieerde samenstelling van de ondiepe ondergrond. De dikte van de deklaag in het plangebied varieert sterk (van minder dan 1 m dik ter hoogte van de zandbanen tot 9 m dik ter hoogte van komgronden).

Figuur 5.20 Dwarsdoorsnede opbouw ondergrond dijktraject Gorinchem en Waardenburg

In bovenstaand figuur is een sterk vereenvoudigde dwarsdoorsnede gegeven van de opbouw van de ondergrond en de laagopbouw van het gehele dijktraject tussen Gorinchem en Waardenburg (A= Gorinchem, A’=Waardenburg) (op basis van Regis II v2.2). Zichtbaar is dat de opbouw van de ondergrond bestaat uit verschillende geologische formaties en afhankelijk van het type sediment kunnen deze worden onderverdeeld in watervoerende pakketten (WVP) en slecht doorlatende lagen (SDL). Daar waar komklei aanwezig is ondervindt de grondwaterstroming van en naar het eerste pakket een grotere weerstand.

Bodemkwaliteit

Met betrekking tot de milieuhygienische bodemkwaliteit heeft een historisch vooronderzoek bodem plaatsgevonden (RHDHV, 2015). Hierin is het gebied tussen de rivieras van de Waal tot 250 meter vanaf de dijk binnendijks geïnventariseerd. Uit de inventarisatie blijkt dat te verwachten bodemkwaliteit te classificeren is als niet tot licht verontreinigd. Vertaald naar de huidige regelgeving (het Besluit bodemkwaliteit) is de te verwachten bodemkwaliteit te classificeren als 'voldoet aan de achtergrondwaarde' en 'wonen'. Deze verwachting is gebaseerd op de wijze van uitvoeren en de gestelde eisen aan de kwaliteit van de aan te voeren grond van de werkzaamheden voor de dijkversterking uit de jaren ’90.

Daarnaast zijn de bodemrisico locaties (alarmlocaties) in beeld gebracht. Dit zijn locaties met een verhoogde kans op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen, namelijk; stortplaatsen, baggerdepots, locaties waar bedrijfsactiviteiten plaatsvinden met een hoog risico op bodemverontreinigingen en niet gesaneerde locaties waar al een sterke verontreiniging is aangetoond (zie onderstaande bodem kaart.

Figuur 5.21 Bodemverontreinigingen

Oppervlaktewater

De dijk tussen Gorinchem en Waardenburg is gelegen langs de Waal. Deze rivier is niet gestuwd en laat grote fluctuaties zien qua waterstand. De gemeten waterstand tussen 2000 – 2016 ter hoogte van Tiel, Zaltbommel en Vuren is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 5.22 Waterstand tussen 2000 en 2016

Zichtbaar is dat de Waalpeilen fluctueren tussen NAP +0 m en NAP +9,5 m. In 2003 is de hoogste en laagste Waalstand is gemeten. De Waal laat een duidelijk verhang zien tussen Tiel en Vuren.

In onderstaande kaart (de Legger van het Waterschap Rivierenland) is het oppervlaktewatersysteem ter hoogte van de dijkversterking weergegeven met onderscheid tussen A-, B- en C-watergangen (beweeg over de kaart en zoom in om het gehele traject te zien). De zomerpeilen zijn in het algemeen hoger dan de winterpeilen, maar laten hetzelfde patroon zien als de winterpeilen.

Figuur 5.23 Oppervlaktewatersysteem

Grondwater

Om inzicht te krijgen in de effecten van de dijkversterking is een geohydrologisch model opgezet (Gralliantie, 2019). Zie hiervoor het Achtergrondrapport water.

De Waal heeft een zeer sterke invloed op de werking van het watersysteem direct rondom de rivier. Tijdens hoogwaterperioden heeft de Waal een sterk infiltrerende werking. De kwel binnendijks is dan maximaal. Tijdens een laagwatersituatie heeft de rivier een drainerende werking. Gemiddeld gezien heeft de Waal een infiltrerende werking en veroorzaakt daarmee kwel binnendijks. Bewoners ondervinden bij hoogwater en heftige regen soms wateroverlast.