5.9.2 Trillingen

Tijdens de realisatie worden werkzaamheden uitgevoerd die trillingen kunnen veroorzaken. Deze trillingen kunnen hinder en schade veroorzaken. Om te bepalen op welke locaties binnen het plangebied een vergrote kans op trillingshinder en risico op schade is zijn er berekeningen uitgevoerd.

Het juridisch kader voor trillingen in de aanlegfase wordt voor hinder bepaald door het Bouwbesluit. Hierin wordt verwezen naar de SBR B richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen”. Naast het juridisch kader voor hinder geeft de jurisprudentie aan dat voor schade de SBR A richtlijn “Schade aan gebouwen” van belang is.

Hinder voor personen

In artikel 8.5 Trillingshinder in het Bouwbesluit zijn de volgende voorschriften opgenomen:

1.Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006.

2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid.

Uitgangspunt is dat de werkzaamheden die relevante trillingen met zich meebrengen rondom een woning tussen de 6 en 26 dagen duren.

Risico op schade aan gebouwen

De trillingen van bouwkundige objecten worden getoetst aan SBR meet- en beoordelingsrichtlijn deel A schade aan gebouwen, welke in 2002 door Stichting Bouw Research is uitgebracht . In juli 2006 is de laatste herdruk ervan verschenen. In SBR-richtlijn A worden grenswaarden voor maximaal aanvaardbare trillingen vermeld, teneinde schade aan gebouwen zoveel mogelijk te voorkomen. Deze grenswaarden dienen afhankelijk van de meetwijze en het type trilling te worden gedeeld door veiligheidsfactoren, teneinde de maximum toelaatbare trilling vast te stellen waarbij nog wordt voldaan aan de richtlijn. In de richtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën bouwwerken die worden ingedeeld naar de staat en materialisatie van het gebouw. Daarnaast worden drie typen trillingsbronnen gebruikt die worden ingedeeld naar duur van de trillingen.

Effecten

Er zijn berekeningen uitgevoerd om te bepalen wat de invloedssfeer van de werkzaamheden is op het risico op schade en hinder tijdens de uitvoering.

Tabel 5.4 Overzicht berekende invloedssfeer

 

Invloedssfeer [m]

Risico op schade (cat 2)

Invloedssfeer [m]

Hinder (A1=0,4)

Grondwerk binnendijks of buitendijks

3 m

43 m

Damwand trillen

50 m

130 m

De invloedssfeer voor risico op schade is de afstand waarbij voldaan wordt aan de rekenwaarde van de grenswaarde voor een categorie 2 object. Dit zijn in goede staat verkerende gebouwen met een draagconstructie die bestaat uit metselwerk. In de tabel is te zien dat de invloedssfeer voor risico op schade voor grondwerk binnen- en buitendijks 3 m is en die voor het trillen van damwand 50 m.

Binnen de invloedssfeer voor schade zijn trillingsgevoelige bouwkundige objecten aanwezig. Deze objecten lopen mogelijk een verhoogd risico op schade tijdens de werkzaamheden (de kans op schade is groter dan 1%). Bouwkundige objecten buiten deze invloedssfeer voldoen aan de grenswaarden voor schade; de kans op schade is hier kleiner dan 1%.

De invloedssfeer voor hinder is de afstand waarbij voldaan wordt aan de A1 streefwaarde voor woningen (0,4). In de tabel is te zien dat de invloedssfeer voor hinder voor grondwerk binnen- en buitendijks 43 m is en die voor het trillen van damwand 130 m.

Ook binnen deze invloedssfeer bevinden zich bouwkundige objecten. In de uitvoeringsfase dient voor deze objecten mogelijk een ontheffing te worden aangevraagd bij de gemeente op de trillingsvoorschriften uit het bouwbesluit.

Interactieve kaart

Figuur 5.13 Hinder tijdens uitvoering - trillingen

Interactieve kaart

Figuur 5.14 Kans op schade door trillingen

Samenvattend kan worden gesteld dat de omgeving ten gevolge van de aanlegfase van het project Dijkversterking Gorinchem-Waardenburg tijdelijk belast wordt met een verhoogde mate van trillingen en overlast als gevolg van de werkzaamheden. Met name op locaties waar damwanden aangebracht worden bevinden zich veel bouwkundige objecten binnen de invloedssferen voor hinder en risico op schade. Op deze locaties dient zorgvuldig gemonitord te worden en moeten indien nodig maatregelen getroffen worden om schade en hinder (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Voor meer informatie zie ook het achtergrondrapport trillingen.

Mitigerende maatregelen

Om te voorkomen dat er schade ontstaat door trillingen wordt in 2020 een monitoringsplan opgesteld voor het project GoWa. Meer hierover leest u in paragraaf 8.5

Binnen de invloedssfeer voor hinder bevinden zich ook trillingsgevoelige objecten. Hiermee is duidelijk dat in de uitvoeringsfase voor deze objecten mogelijk een ontheffing op de trillingsvoorschriften uit het bouwbesluit dient te worden aangevraagd. Ter onderbouwing van de bestuurlijke afweging door het bevoegd gezag zullen in de ontheffingsaanvraag trillingsreducerende technieken moeten worden overwogen en zullen na de ontheffing de bewoners op de hoogte moeten worden gebracht van de tijdelijke periode met verhoogde trillingshinder.