Effecten op de rivier

Ten behoeve van het bepalen van de effecten op de rivier is rivierkundig onderzoek uitgevoerd. Onderstaand volgen de belangrijkste conclusies.

Effect op dwarsstromen

Tijdens jaarlijks optredende hoge rivierafvoeren gaan de uiterwaarden meestromen. Bij veel uiterwaarden leidt dat tot een instroom aan het bovenstroomse eind en een uitstroom aan benedenstoomse kant van de uiterwaard. Deze in- en uitstroom kunnen leiden tot een dwarsstroming op de vaarweg. Een sterke dwarsstroming op de rivier kan ongewenste effecten hebben op de scheepvaart.

In de huidige situatie blijken er tijdens hoog water bij de Woelse Waard 4 locaties te zijn met een sterke uitstoom en 1 locatie met sterke instroom. Onderstaande figuur geeft deze knelpunten weer.

Figuur 6.34 knelpunten dwarsstroming huidige situatie

Voor alle onderzochte varianten geld dat er een negatief effect op de dwarsstroming wordt veroorzaakt. Bij alle varianten werd de uitstroomsnelheid bij locaties 3 en 4 groter, bij locatie 2 wordt door de herinrichting van de Woelse Waard het aanwezige knelpunt opgelost en bij locatie 1 is het resultaat een geringe toename in de instroomsnelheid (zie ook onderstaande figuur).

Figuur 6.35 knelpunten dwarsstroming huidige situatie en herinrichting Woelse Waard:

Een van de doelen van de herinrichting van de Woelse Waard is het verlagen van de waterstanden op de rivier bij maatgevend hoogwater (MHW), dit kan alleen bereikt worden door de herinrichting zo vorm te geven dat er bij hoog water meer water door de Woelse Waard kan stromen. Op de plekken waar dit extra water in- en uitstroomt ontstaan de knelpunten in de dwarsstroming.

Binnen de uiterwaard is gezocht naar maatregelen om de knelpunten in de dwarsstroming te beperken. De meest effectieve maatregelen beperken de extra afvoer door de Woelse Waard (bijvoorbeeld de maaiveldverlagingen uit het plan halen), maar daardoor wordt ook niet langer de riviercompensatie gehaald.

Met enkele subtielere aanpassingen kan lokaal wel de stroming meer gestroomlijnd worden, hiermee kan het effect op de dwarsstroming ook beperkt worden. Er is een groot aantal mogelijkheden tot optimalisatie verkend, uiteindelijk bleek het lokaal vegraven van een stukje maaiveld bij de meest westelijke plas een effectieve oplossing om ook het knelpunt 3 weg te werken. Uit onderstaande figuur blijkt dat de herinrichting van de Woelse Waard tot een sterke verbetering in de situatie mbt de dwarstroming voor 1 van de 4 locaties.

Bij de instroom resteert nog steeds een beperkte verslechtering in de dwarsstroming. Ook voor locaties 3 en 4 geldt dat optimalisaties in het ontwerp niet leiden tot een oplossing. Op deze locatie wordt de norm in de huidige situatie al overschreden. Het rivierkundig beoordelingskader stelt dat in het geval de dwarsstroming in de huidige situatie al boven de norm zit, deze niet verder mag toenemen door een ingreep.

RWS-WNZ heeft aangegeven dat voor deze locatie nader onderzoek uitgevoerd moet worden met scheepssimulaties met een stuurautomaat, om aan te tonen dat het ontwerp voor de Woelse Waard niet zal leiden tot een onveilige situatie voor de scheepvaart. 

Figuur 6.36 knelpunten dwarsstroming huidige situatie en herinrichting Woelse Waard

Effecten op veerpont

Als gevolg van het ontwerp van de Woelse Waard verandert het stromingsbeeld bij de uitstroom van de Woelse Waard. In dit gebied is ook een aanmeerlocatie aanwezig voor een veerpont. De verwachting is dat er een toename in stroomsnelheid zal gaan optreden bij hoge rivierafvoeren. De stroming zal vooral in de vaarrichting van de veerpont optreden, daardoor worden geen nadelige effecten voor de dwarsstroming verwacht. Een uitgebreide analyse is opgenomen in het achtergrondrapport rivierkunde.

Effect op morfologie

Een verandering van de stroomsnelheid in het zomerbed kan leiden tot erosie of juist aanzanding van de rivier. Het effect op morfologie is bepaald door de stroomsnelheidsverschillen bij lagere afvoeren te beschouwen. Over een lengte van 1 kilometer is sprake een geringe afname in de stroomsnelheid in het zomerbed, dit leidt tot een extra aanzanding tot 5 cm in de vaargeul. Naar verwachting zal dit niet leiden tot een extra nautisch knelpunt of baggerbezwaar aangezien het zomerbed lokaal ruime overdiepte heeft voor de scheepvaart.

Figuur 6.37 Morfologie

Conclusie tav effecten op de rivier

De voorkeursvariant levert voldoende bijdrage aan de riviercompensatie voor het gehele traject van de dijkversterking. Met enkele optimalisaties in het plan is één knelpunt met betrekking tot dwarsstroming opgelost, op twee andere locaties neemt de dwarsstroming wel in geringe mate toe.

Als gevolg van de herinrichting van de Woelse Waard is de verwachting dat er lokaal enige sedimentatie zal plaats vinden in het zomerbed, naar verwachting zal dit niet leiden tot een nautisch knelpunt.