4.3.4 Watersysteem

Van alle watergangen (sloten en vaarten) in het gebied is in de Legger wateren vastgelegd wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud van de betreffende watergang. De belangrijkste watergangen (A-watergangen) worden onderhouden door WSRL, de watergangen met een secundaire (B) en tertiaire (C) status door de eigenaren van de aangrenzende gronden.

Overslaan: Interactieve kaart (Esri)

De interactieve content hieronder is mogelijk niet toegankelijk.

Interactieve kaart (Esri)

Figuur 4.22 Legger watersysteem

Het ontwerp van de dijksterking GoWa heeft diverse raakvlakken met het oppervlaktewatersysteem. De raakvlakken zijn in hoofdlijn te verdelen in drie categorieën:

    • De versterkte dijk overlapt de watergang

    • De watergang ligt te dicht bij de dijk en is een gevaar voor de stabiliteit van de dijk

    • De watergang is een risico voor het falen van de dijk door piping

  • Bij de eerste twee raakvlakken wordt de betreffende watergang gedempt. Dit zijn watergangen die aan de dijk grenzen. Als de stabiliteit van de dijk het toestaat worden teensloten terug gebracht. Bij kopsloten, dit zijn sloten die tegen de dijk aan doodlopen, is het niet mogelijk de sloot terug te brengen.

  • De derde categorie betreft watergangen die een risico vormen voor de dijk door het faalmechanisme piping. Dit betekent dat er in de watergang een verhoogde kans is op het ontstaan van een zandmeevoerende wel waardoor uiteindelijk de dijk wordt ondermijnd. Om dit te voorkomen is één van de volgende maatregelen toegepast:

    • Dempen van de watergang waardoor een zandmeevoerende wel niet kan ontstaan.

    • Aanbrengen van een harde bodem en oeverbescherming met een geotextiel (betonmat). Met deze maatregel behoudt de watergang de afvoer-, afwaterings- en bergingsfunctie en wordt voorkomen dat de bodem bij een opbarsting uitspoelt. Deze maatregel is alleen ingezet in watergangen waar het waterschap zelf het beheer uitvoert (watergangen met een A-status) zodat het onderhoud van de maatregel is gewaarborgd.

    • Lokale peilopzet zodat een minimum waterpeil is gegarandeerd waardoor een zand meevoerende wel niet kan ontstaan. Deze maatregel is niet op alle locaties toepasbaar.

  • De keuze voor het type maatregel hangt af van de lokale omstandigheden. Op de plankaart zijn de betreffende sloten en gekozen maatregelen aangegeven. Alle maatregelen worden gedimensioneerd en gevalideerd aan de keur en de beleidsregels van Waterschap Rivierenland. De afwatering van de percelen grenzend aan de maatregelen blijft gewaarborgd. Dit wordt meegenomen in de nadere detaillering van het ontwerp door bijvoorbeeld de aanleg van greppels of een drainagevoorziening.

Op twee locaties wordt een watergang met een afvoerfunctie gedempt. Voor deze locaties is een maatwerk oplossing opgesteld om de afvoer te waarborgen.

  • Bij dijkvak 2a te Tuil wordt de watergang langs de teen van de dijk gedempt door de dijkversterking. Deze demping is noodzakelijk voor de stabiliteit van de dijk. De watergang voert water af van een afwateringsgebied van 11,5ha. Door deze demping moet deze afvoer gewaarborgd blijven en hiervoor zijn maatregelen in het watersysteem noodzakelijk. De varianten die zijn onderzocht staan toegelicht in het Achtergrondrapport (grond)water. Er is gekozen voor een omleiding van de afvoer door het landelijk gebied aan de westkant van Tuil. De maatregelen die getroffen worden op de omleidingsroute staan weergegeven in de kaartenatlas. De maatregelen bestaan uit het verwijderen van lokale knelpunten in het watersysteem door het vergroten van duikers. Aan de Melssinghdreef in Tuil staat woningbouw gepland waarvoor de bestaande A-watergang wordt verlegd. Voor het functioneren van de omleidingsroute moet het ontwerp van de watergang dat dateert uit 2015 worden aangepast. Het ontwerp van dit deel van het tracé moet nog nader worden uitgewerkt in overleg met de projectontwikkelaar. In de kaartenatlas is een doorgaande watergang opgenomen. De watergang aan de oostzijde van de Melsinghdreef 3 te Tuil wordt verbreed. Naar aanleiding van een zienswijze van een aanliggende perceeleigenaar is de verbreding van de watergang deels geprojecteerd op het aan de andere zijde gelegen graslandperceel.
    Op het perceel van een kassencomplex aan de Bouwing te Tuil ligt een lange krappe duiker. Deze duiker wordt verwijderd en vervangen door een open watergang. In het projectplan Waterwet is op verzoek van het waterschap de ligging van de nieuwe watergang gewijzigd. Op hetzelfde perceel ligt een doodlopende watergang. Deze wordt in ruil voor het opengraven van de duiker gedempt.
    Voor de afwatering van de percelen bij de demping van dijkvak 2a wordt aan de teen van de dijk een drainage voorziening gerealiseerd. Dit ontwerp moet nog nader worden gedetailleerd.

  • Bij dijkvak 13d te Gorinchem wordt de watergang aan de teen van de dijk gedempt. Vanwege de stabiliteit van de dijk kan de watergang niet met de teen worden meegeschoven. De watergang is nodig voor de afwatering van enkele percelen. De varianten die zijn onderzocht staan toegelicht in het Achtergrondrapport water. In het projectplan Waterwet is een andere oplossing voor de opgave gekozen in overleg met de perceeleigenaar. De watergang sluit via een bestaande poel op het perceel aan op het watersysteem. De maatregel staat weergegeven op de plankaart. De lokale afwatering moet nog nader worden gedetailleerd.

Voor watergangen met leggerstatus die worden gedempt is vervangend oppervlaktewater (bergingscompensatie) nodig om de bergingscapaciteit te behouden. Bij voorkeur vindt deze compensatie plaats in hetzelfde peilgebied. De noodzaak voor compensatie geldt ook voor de toename in kwel door (buitendijkse) maatregelen. In de tabel is de opgave per peilvak uitgesplitst  naar de reden van de compensatie. Daarin is onderscheid gemaakt tussen dijk, piping en kwel.

  • Dijk: de opgave door de demping van watergangen direct gerelateerd aan het nieuwe dijkprofiel

  • Piping: de opgave door de demping van watergangen die nodig is vanwege het faalmechanisme piping

  • Kwel: de opgave door extra kwel. Dit komt met name door maatregelen in de uiterwaarden.

peilvak

Dijk (m3)

Piping (m3)

Kwel (m3)

Totaal (m3)

TLW503

0

4

38

42

TLW505

0

0

61

61

TLW512

0

29

44

73

TLW513

221

16

17

254

TLW603

0

0

47

47

TLW604

0

0

127

127

TLW605

0

0

0

0

TLW606

0

0

91

91

TLW607

0

0

377

337

TLW608

0

0

11

11

TLW609

0

0

0

0

TLW612

0

0

7

7

TLW613

0

0

597

597

TLW614

0

0

99

99

TLW615

0

0

195

195

TLW616

105

6

141

252

TLW620

0

0

0

0

Totaal

326

55

1852

2233

De totale bergingscompensatie opgave is 2233 m3. Het beleid van het waterschap schrijft voor dat de berging in deze peilvakken plaatsvindt tot 30cm boven streefpeil. Dat komt overeen met een wateroppervlak van circa 7440 m2. De methode waarop de bergingscompensatie opgave is bepaald staat toegelicht in het Achtergrondrapport (grond)water.

In overleg met het waterschap en de gemeenten is gezocht naar geschikte locaties om deze bergingscompensatie te realiseren. Waar mogelijk wordt de compensatie meegekoppeld met een bestaand knelpunt in het watersysteem. Op de kaart Maatregelen - Watersysteem is de bergingscompensatie ingetekend als bergingscompensatie of als mogelijke bergingscompensatie.

Met name in de peilvakken met veel bebouwing is het complex om compensatiemaatregelen te realiseren omdat de grond intensief worden gebruikt. Daarom waren in het ontwerp projectplan Waterwet nog niet alle compensatiemaatregelen concreet (op kaart) ingetekend. Dit is nu wel het geval; het definitieve projectplan Waterwet omvat een compleet pakket aan compensatiemaatregelen. De gemaakte keuzes zijn beschreven in het Achtergrondrapport (grond)water.

Peilvak

Opgave

Compensatie

Maatregel

Maatregelen

Maatregel

Kwel toename

Restopgave

in peilvak

opgave

effect

 

[m3]

 

[m3]

Maatregel

[m3]

[m3]

[m3]

TLW503

42

TLW503

42

TLW503.1, TLW503.2

105*

29

-34

TLW505

61

TLW505

61

TLW505.1

61

0

0

TLW512

73

TLW512

73

TLW512.1

360

0

-287

TLW513

254

TLW513

254

WGG-A-004

23

0

231

TLW603

47

TLW603

185

TLW603.1, TLW603.2

307

53

-69

TLW604

127

TLW603

0

 

0

0

zie TLW603

TLW605

0

TLW605

0

 

0

0

0

TLW606

91

TLW607

0

 

0

0

zie TLW607

TLW607

377

TLW607

468

TLW607.1

370

47

145

TLW608

11

TLW603

0

 

0

0

zie TLW603

TLW609

0

TLW609

0

 

0

0

0

TLW612

7

TLW615

0

 

0

0

zie TLW615

TLW613

597

TLW613

597

 TLW613.1

249

24

372

TLW614

99

TLW614

99

 

0

0

99

TLW615

195

TLW615

202

TLW615.1, TLW615.2

165

24

61

TLW616

252

TLW616

252

TLW616.1, TLW616.3

269

22

5

TLW620

0

TLW620

0

TLW620.1

620

82

-538

        
 

2233

TOTAAL

2233

 

2529

280

-16

* Het ruimtebeslag is ruim ingetekend. Er is potentie voor aanvullende berging bij onvoorziene omstandigheden. 

De verschillen in de tabel met het Ontwerp Projectplan Waterwet zijn als volgt te verklaren:

  • In het PPWW zijn extra bergingscompensatie maatregelen opgenomen, namelijk TLW613.1 en TLW620.1.

  • De maatregel TLW611.1 is vervallen (vervangen door TLW620.1).

  • De maatregel TLW615.1 is van locatie veranderd.

  • De extra bergingscompensatie door de watersysteem maatregel WGG-A-004 is opgenomen.

  • De bergingscompensatie maatregelen zijn met een hoger detailniveau ontworpen waardoor het bergingsvolume specifieker is bepaald

  • De kweltoename ten gevolge van de bergingscompensatie maatregelen is opgenomen en gecompenseerd.

De dijkversterking raakt ook leggerwateren in buitenpolders langs de buitenzijde van de dijk. Waar mogelijk worden deze teruggebracht. Op een enkele locatie in de Herwijnense Benedenwaard en de Crobsche Waard is dit niet mogelijk. Dit verlies aan leggerwater heeft verwaarloosbare invloed op het hydrologisch functioneren van het watersysteem omdat het verlies marginaal is en de buitenpolders bij intense neerslag direct af kunnen wateren op de uiterwaarden. Het waterschap hanteert in de desbetreffende buitenpolders geen streefpeil. Het graven van vervangend water draagt daarom niet bij aan de robuustheid van het watersysteem en heeft bovendien nadelige effecten op kwel en de dijkveiligheid (piping). Daarom wordt de demping van dit leggerwater niet gecompenseerd middels bergingscompensatie.

Het totaal pakket van maatregelen in het watersysteem is in onderstaande kaart weergegeven. 

Figuur 4.23 Maatregelen watersysteem

In de Woelse Waard en de Herwijnense Bovenwaard worden geulen aangelegd als maatregelen in het kader van de Kaderrichtlijn Water. In de Woelse Waard dient deze geul bovendien voor rivierkundige compensatie. Zie daarvoor de betreffende paragrafen: 6.5 Woelse Waard en 6.3 Herwijnense Bovenwaard.