Landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden

Landschappelijke waarden

De openheid in het westelijk deel is een kwaliteit, de rivier is hier goed zichtbaar en beleefbaar. Als gevolg van de aanleg van de KRW geul blijft deze openheid behouden. De kleine omsloten kleiputten worden deel van de nieuwe geul. Het verbinden van de plassen, heeft landschappelijk weinig impact.

Archeologische waarden

De te graven strang ligt grotendeels ter hoogte van de kil zoals te zien op de kaart uit 1748 (zie figuur 6.22) en ter hoogte van de voormalige nevengeul van de Waal die op de rivierkaart uit 1832 nog te zien is (zie figuur 6.23). Deze nevengeul is verdwenen als gevolg van de ingrepen in het kader van de riviernormalisatie in de 19e en 20e eeuw. Dit deel van de Herwijnense Bovenwaard, is dan ook grotendeels een 19e-/20e-eeuwse creatie. Op de rivierkaart uit 1924 is op de locatie ook een geul te zien die dan wordt aangeduid als ‘De Zoom’ (zie figuur 6.24). Het meest oostelijke deel van de strang – ter hoogte van de aansluiting op de bestaande plassen in de Herwijnense Bovenwaard - ligt in een ouder deel van de uiterwaard. De strang grenst daar direct aan het wettelijk beschermde terrein van het voormalige kasteel Frissestijn (figuur 6.25). Dit terrein is een archeologisch rijksmonument (AMK-terrein 870; rijksmonument 45.559).

Figuur 6.22 Uitsnede uit de ‘Caarte van een gedeelte van de bandijk neffens de situatie van de daarvoor leggende waj, rijsweerden en willige passen onder Herwijnen gelegen’ van J. Leempoell uit 1748, met daarop de Herwijnense Bovenwaard; let op: het noorden is rechtsonder. Bron: Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen 5834.

Figuur 6.23 Herwijnense Bovenwaard op de rivierkaart, 1 ste druk, serie 1, kaartblad 10. Zuilichem uit 1832. Bron: Rijkswaterstaat.

Figuur 6.24 Herwijnense Bovenwaard op de rivierkaart, 2 e druk. Zuilichem uit 1924. Bron: Rijkswaterstaat.

Figuur 6.25 Archeologische rijksmonumenten op een luchtfoto van de Herwijnense Bovenwaard. Bron: Luchtfoto 2018 Ortho 25 cm RGB, PDOK / RCE 2019.

Het graven van de strang vindt grotendeels plaats in een zone met een lage archeologische verwachting. 

De strang wordt echter ook direct langs het kasteelterrein Frissestijn gegraven. De afstand tussen de te graven strang en het monumentale terrein bedraagt tussen de 2 en 16 meter. Om het terrein tegen verdere afkalving te beschermen wordt oeverbescherming aangebracht langs het terrein, ter hoogte van de bestaande kleiwinput. Voor het aanbrengen van oeverbescherming zijn ingrepen ter hoogte van het monumentale terrein noodzakelijk.

Om de archeologische verwachting in het veld te toetsen, is in de Herwijnense Bovenwaard een archeologisch booronderzoek uitgevoerd ter hoogte van de geplande geul. Daarbij zijn onder de recente bouwvoor oever- en beddingafzettingen van de Waal aangetroffen. In twee boringen werd komklei aangetroffen onder de beddingafzettingen. Deze komklei was slap en onontwikkeld. Vanwege de afwezigheid van kenmerken van bodemvorming en het moderne afzettingsmilieu van de oever- en beddingafzettingen van de Waal, geldt deze afzettingen een lage archeologische verwachting. Vanwege het ontbreken van betredingstoestemming konden echter geen boringen worden gezet ter hoogte van het meest noordelijke deel van de geplande geul (nabij Frissestijn).

Het effect van de voorgenomen ingrepen op de archeologie wordt licht negatief beoordeeld. De te graven strang is buiten het monumentale terrein geprojecteerd. Volgens de monumentenbeschrijving vindt in de huidige situatie aan de oostzijde van het kasteelterrein (aan de zijde van de bestaande kleiwinput) afkalving van het terrein plaats. Het aanbrengen van oeverbescherming om verdere afkalving tegen te gaan, is in principe positief. Voor het aanbrengen van oeverbescherming zijn echter ingrepen ter hoogte van het monumentale terrein noodzakelijk en zal naar verwachting een monumentenvergunning moeten worden aangevraagd. Daarom wordt de ingreep vooralsnog licht negatief beoordeeld.

De waterstand in de kleinwinplas wordt als gevolg van het verbinden van de plas met de Waal dynamischer. Het verwachte verschil in grondwaterstand ter hoogte van Kasteel Frissestijn is echter zeer klein; zeker in de periode juni – oktober zullen de grondwaterstanden naar verwachting zeer vergelijkbaar zijn met de huidige situatie. Wel reageert de grondwaterstand sneller: de grondwaterstand daalt in het begin sneller en stijgt aan het einde sneller. De laagste grondwaterstand verandert niet. Omdat het effect op de grondwaterstand beperkt is, wordt het effect licht negatief beoordeeld. Voor de voorgenomen ingreep ter hoogte van het kasteelterrein Frissestijn moet naar verwachting een archeologische monumentenvergunning worden aangevraagd. Deze wordt aangevraagd bij de gemeente. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beoordeelt de aanvraag en verleent de vergunning. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag zal een informeel vooroverleg worden gevoerd met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Op basis van historische kaarten uit de 18e en 19e eeuw lijkt het hoekje van de uiterwaard waar ruigte en struweel wordt ontwikkeld, in het recente verleden niet ten prooi te zijn gevallen aan de erosieve werking van de Waal, de ingrepen in het kader van de riviernormalisatie of kleiwinning ten behoeve van de baksteenindustrie. Het is onduidelijk welke ingrepen gepaard gaan met het ontwikkelen van ruigte en struweel. Derhalve kan het effect ervan op de archeologie (nog) niet beoordeeld worden. Vanwege de lage archeologische verwachting en de relatief beperkte omvang van de ingrepen, wordt geen effect op de archeologie verwacht als gevolg van het doorsteken van de bestaande kades, het aanleggen van grote duikers, en het aanbrengen van een inlaat en een uitstroomopening.

Effect recreatieve ontwikkelingen

De struinpaden in de Herwijnense Bovenwaard komen met name in het jongere gedeelte van de uiterwaard, ten zuiden van de te graven strang, dat een lage archeologische verwachting heeft. Omdat de aanleg van struinpaden niet gepaard gaat met bodemroerende ingrepen, wordt geen effect op de archeologie verwacht. Er is ook een struinpad voorzien ter hoogte van het kasteelterrein Frissestijn. Om de struinpaden ten zuiden van de strang met het pad ter hoogte van het kasteelterrein Frissestijn te verbinden, is een voetgangerbrug voorzien over de te graven strang. Dit betekent dat ingrepen nodig zijn ter hoogte van het archeologisch rijksmonument. Omdat de aanleg van struinpaden niet gepaard gaat met bodemroerende ingrepen, wordt geen effect op de archeologie verwacht. Vooralsnog wordt het effect van de aanleg van een voetgangersbrug naar het wettelijk beschermde archeologische terrein op de archeologie negatief beoordeeld. Vanwege de lage archeologische verwachting en de relatief beperkte omvang van de ingrepen, wordt geen effect op de archeologie verwacht als gevolg van de aanleg van de voetgangersbrug over de uitstroomopening en de aanleg van een dijktrap als entree van de uiterwaard.

Cultuurhistorische waarden

De herinrichting van de uiterwaard heeft geen negatief effect op beschermde cultuurhistorische waarden. Er worden geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aangetast als gevolg van de te graven geul. Verder zijn er ook geen ingrepen voorzien in historisch geografisch waardevolle structuren en/of elementen.

  • 1 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/erfgoed/vraag-en-antwoord/heb-ik-een-vergunning-nodig-als-ik-wil-bouwen-op-een-archeologisch-rijksmonument