(Grond)water

Ten behoeve van het bepalen van de effecten op (grond)water heeft geohydrologisch modelonderzoek plaatsgevonden. Zie voor de opzet van het onderzoek en de uitgebreide resultaten het Achtergrondrapport (grond)water . Hieronder volgen de belangrijkste conclusies.

Effect op grondwaterstanden binnendijks

Er zijn geen binnendijkse effecten op de grondwaterstand als gevolg van de uiterwaardvergraving. In figuur 6.8 is zichtbaar dat er geen effecten richting het watervoerend pakket doorwerken.

Figuur 6.8 Het effect van de strang op de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket tijdens hoogwater.

Effect op watersysteem binnendijks

De effecten van de uiterwaardvergraving hebben binnendijks geen effecten op het watersysteem.

Effect op grondwater buitendijks

Tijdens hoogwater is er geen buitendijks effect op de grondwaterstand, omdat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie het gebied bij hoogwater overstroomt. Er verandert wat dat betreft niets. Bij laagwater zal de grondwaterstand buitendijks wat lager worden. Het rivierpeil van de Waal is bij laagwater lager dan het streefpeil in de binnendijkse peilvakken. Hierdoor onttrekt de rivier grondwater aan het binnendijkse systeem. Door de nieuwe strang komt dit lagere rivierpeil ook op plekken waar eerder de grondwaterstand in de bodem zat en kon stijgen (door opbolling). Verlagingen van 20 centimeter komen voor rondom de geul, zie figuur 6.9.

Figuur 6.9 Het effect van de strang op de grondwaterstand tijdens laagwater

Effect op watersysteem buitendijks

De verlegging van de zomerkade heeft één raakvlak met het buitendijkse watersysteem. Een kleine geïsoleerde plas met legger status komt buiten de zomerkade te liggen. De plas ligt geïsoleerd en heeft een zeer klein oppervlak (200m 2 ). De functie is daardoor beperkt tot opvang van lokale afwatering. Door de verlegging van de zomerkade vervalt die functie. Door de zomerkade ontstaan geen nieuwe laagtes zonder afwatering. De effecten van de maatregel op het buitendijkse watersysteem zijn nihil.